24 maart 2010 Myra Zweekhorst
Het effect van de actuele leiderschapswisselingen op het aantal gepeilde zetels van politieke partijen is groot. Zo kan het zijn dat een partij met dezelfde boodschap, maar met een nieuwe politiek leider plotseling als een paddenstoel omhoog schiet in de peilingen. Dit fenomeen laat zien hoe belangrijk de rol van personen en persoonlijkheden in leiderschapskwesties is. Deze nadruk op persoonlijk leiderschap roept vragen op over de kwaliteiten van een leider. Wanneer ben je een goede leider en hoe zet je leiderschap om in werkelijk succes?
Met deze en andere vragen over succesvol leiderschap stapten verschillende schoolleiders tijdens het afgelopen VO-congres de masterclass leiderschap & innovatie binnen. Wiet de Bruijn was door het Innovatieproject uitgenodigd om zijn visie op leiderschap te geven. De Bruijn was eerder succesvol ondernemer; hij ontwikkelde onder meer de bekende blauwgele boedelbak. Vervolgens leidde hij als directeur de reorganisatie van Van Dijk Studieboeken. Na een succesvolle carrière als ondernemer maakte hij de overstap naar het onderwijs.
Wat was nu volgens mij de allerbelangrijkste leiderschapsles van De Bruijn? Het antwoord lijkt heel eenvoudig: het gaat allemaal om mensen. De inhoud is ook belangrijk, maar minder relevant dan we vaak denken. Wie mensen mee wil krijgen, moet als leider echt openstaan voor de ander. Een goede leider luistert, geeft richting en inspireert. Essentieel daarbij is dat een leider buiten de bestaande kaders durft te denken en nagaat wat er leeft bij zijn mensen. Het gaat dan om écht luisteren. Dus niet het beleefd aanhoren van de rondvraag bij de vergadering, maar om oprechte interesse. Het is voor een leider essentieel om door te durven vragen, zeker wanneer er weerstand is. En bij veranderingen (lees: innovaties) is die weerstand er bijna altijd wel. Veel mensen zijn van nature conservatief. Een echte leider durft dan te vragen waar de weerstand bij mensen vandaan komt. Maar ook wat mensen dan wél motiveert en drijft. De leider maakt contact en laat daarbij ook zichzelf zien. Veel weerstand zal verdwijnen, wanneer mensen zich serieus genomen voelen. Dan blijft er altijd nog gemiddeld 10% in een team over, die eenvoudigweg op geen enkele manier te porren is voor verandering. De les van De Bruijn: laat die 10% en focus je op de rest die wel wil.
Maar misschien wel de belangrijkste eigenschap die een leider moet hebben, is lef. Heb het lef om richting te geven, maar vooral ook: durf los te laten. Een echte leider bemoeit zich niet met de details van de uitvoering, maar geeft mensen de ruimte om op hun eigen manier vorm te geven aan de missie van de organisatie.
Een analogie met de onderwijspolitiek is, dat het eenvoudiger klinkt dan het is. Bemoedigend is echter, dat deze workshops over leiderschap als één van de eerste van alle workshops op het congres aan het maximum aantal deelnemers zat. Dat geeft aan, dat het onderwijs zich zeer bewust is van het belang van leiderschap. Maar wellicht nog belangrijker: het geeft aan dat schoolleiders bereid zijn te luisteren en te leren van anderen. Dat is alvast een eerste proeve van bekwaam leiderschap bij ‘onze’ schoolleiders.

